Vier scholen groeien in samenwerking

Ooit, heel lang geleden was er geen secundair onderwijs in oostende.

na een eerste oprichting door de Oratorianen in 1653, eindigde het verhaal van het secundair
onderwijs in 1792 met de verdrijving van het schoolbestuur door de franse bezetter. In 1842
vroeg burgemeester Serruys aan de bisschop van Brugge, monseigneur Boussen om in
Oostende opnieuw middelbaar onderwijs te organiseren. Zo ontstond het “Collège notre-Dame
de Bon-Secours”. Al heel snel werden er Latijnse klassen en handelsklassen georganiseerd.

OLVO was geboren.

De Zusters van de H. Jozef (opgericht door Constant van Crombrugghe 1817) startten al heel
gauw met onderwijs in Oostende: in 1838 namen ze er een bestaande vrije lagere school in de
Witte nonnenstraat over en organiseerden er gratis onderwijs in de volksschool en betalend
onderwijs voor de meisjes uit de burgerij in de Cirkelstaat. De congregatie stichtte in Oostende
zowat alle katholieke meisjesscholen, waaronder in 1893 de lagere school in de Alfons
Pieterslaan, het huidige SJO.
De start van het secundair onderwijs op de site A. Pieterslaan
dateert van 1924: een beroepsschool voor confectie, 5 jaar later aangevuld met een afdeling
handel.

Leopold II maakte van Oostende “La reine des plages”. Die bouw trok heel veel arbeiders aan
die zich vestigden in het Westerkwartier dat zeer planmatig aangelegd werd door architect
Victor Besme in 1899. Het gemeenteverslag uit 1902 spreekt over “une population très dense”.
De eerste cijfers spreken van 144 gezinnen (666 personen waarvan 291 jonger dan 12 jaar).
De gemeente zag om financiële redenen af van de bouw van een school in deze wijk. Daarom
vroeg ze de Zusters van de H. Jozef ook hier een school op te richten voor de talrijke jongeren.
In september 1903 schreef het Sint-Lutgardisinstituut zijn eerste leerlingen in.

De Z.E.H. Louis Colens vatte in 1913 de plannen op om in de Stuiverstraat te starten met een
“dagvakschool”. De eerste wereldoorlog vertraagde echter de effectieve oprichting van de
technische en beroepsschool voor jongens. Pas in 1923 ging het VTI echt van start op initiatief
van urbaan ruyssen en de Katholieke Volksbond. Ondanks het feit dat alle vier de scholen
gelegen waren aan de Sint-Catharinakreek en behoorden tot een katholiek schoolbestuur, was
er nog geen samenwerking en zagen de scholen elkaar veeleer als concurrenten. Zoals het
toen de gewoonte was, ging elke school haar eigen gang en kenden ze een bloeiende werking
binnen de eigen schoolmuren.

In de jaren 80 zette een sterke leerlingendaling en een grote onderwijshervorming (V.S.O.,
gemengd onderwijs, de eerste scholengemeenschappen, eenheidsstructuur) de scholen aan
tot samenwerken. Een aantal schooltjes fuseerde en in Oostende bleef enkel nog secundair
onderwijs over in de genoemde vier scholen en het Sint-Andreasinstituut.
In 1999 oordeelden de schoolbesturen van het Onze-Lieve-Vrouwecollege, het Sint-
Jozefsinstituut, het Sint-Lutgardisinstituut en het Vrij Technisch Instituut dat het met het
oog op de toekomst beter was om samen te werken in één schoolbestuur: de vzw Katholiek
Secundair Onderwijs Oostende. Het logo, de vier staketselpijlers verbonden door een oranje
koord, symboliseert de vier scholen die schouder aan schouder stevigheid willen bieden in
de branding van de actuele onderwijswereld. In juni 1999 werd de samenwerking bezegeld
onder de naam V.O.C. (de Vrije Oostendse Centrumscholen) met een knipoog naar de
samenwerking van de Vlaamse handelaars in de 16de eeuw met de naam “de Vereenigde
Oostindische Companie”.

De scholen gingen steeds intenser samenwerken en tot in 2012 werden plannen gesmeed
om het Sint-Jozef en Sint-Lutgardis samen te brengen op de voormalige site van het
Sint-Jozefsziekenhuis. Dat dit plan uiteindelijk niet doorging was voor het schoolbestuur
geen reden om de armen te laten zakken. De samenwerking was reeds zover gevorderd dat
het moment rijp was om de vier scholen onder één nieuwe vlag de toekomst in te sturen:
de idee van “Petrus & Paulus, Vrije Scholen aan Zee” stond in de steigers.
Gezien de korte afstand tussen OLVO en SJO enerzijds en SLO en VTI anderzijds zullen
telkens twee scholen ook de infrastructuur delen en samenwerken als Campus Centrum
en Campus West. Vanaf 1 september 2014 wordt deze samenwerking steeds concreter.
De eerstejaars in Campus Centrum starten het schooljaar in de Euphrosina Beernaertstraat.
In Campus West krijgen de leerlingen van het eerste jaar zowel les in de Stuiverstraat
als in de Steenbakkersstraat.Het structuurplan secundair onderwijs moet er dan ook voor zorgen dat beide campussen
samen met Sint-Andreas in Stene en Sint-Godelieve in Gistel een sterk onderwijsaanbod
kunnen aanbieden aan de jongeren uit de regio Oostende-Gistel.